54.jpg

Marcel van Hoof is 72 en woonde een groot deel van zijn leven in Leest. Nu woont hij met zijn vrouw in Blaasveld, net als zijn vier kleinkinderen. Na een carrière van 40 jaar als salesmanager stortte hij zich op het verzamelen van verhalen, krantenknipsels en foto's van Leest. Hij schreef er ook heel wat publicaties over. 

 

 

 Johnny de os

'Tijdens WOII eiste het Duitse leger het boerenpaard van boer Jef Buellens van Hof ten Broecke op. Maar de boer bleef niet bij de pakken zitten. In Overhespen, bij Tienen, kon hij een os op de kop tikken. Hij liet het dier via het spoor naar Mechelen overbrengen.  

De familie noemde de os 'Johnny'. Het was een erg braaf en intelligent dier. Wanneer de os bij winterachtig weer moest plassen, maakten de dochters Beullens dankbaar gebruik van de kletterende warme waterstraal om hun handen te warmen. 

Helaas stapte 'Johnny' in 1944 met één van zijn poten in een balein. De os liep een ontsteking op en moest worden afgemaakt. De slachter was Frans De Schoenmaeker, vader van de bekende beroepsrenner Jos, ooit nog meesterknecht van Eddy Merckx.'

Op de foto laten boer Jef en zijn zoon Torre zich trekken door het majestueuze dier.

#boer #paard #os 


Wolven in Leest en Mechelen

'In 1595 betaalde de stad Mechelen een premie uit aan 'eenen huysman' van Leest, als beloning voor de vijf jonge wolven die hij had gevangen.

Vijf jaar later werd het Mechelse opnieuw onveilig gemaakt door deze dieren. De wolven  'verrieden zich door allerlei verwoestingen'. Een verordening van 9 februari 1600 verplichtte de gemeenten Leest, Heffen en Hombeek elk een 'wolfjager' aan te stellen. Deze wolvenjager moest bij ontdekking van een wolf onmiddellijk de stormklok doen luiden. Daarop moest elk gezin (op straf van boete) een man zenden om hem ter hulp te komen. Voor elke gedode wolf ontving de 'wolfjager' 6 gulden, op vertoon van kop en huid van de wolf.' 

#wolvenjacht #beloning


De Sint-Annakapel

'Half december 1888 keerde de Mechelse rentenier Van Ingelgem huiswaarts na een bezoek aan zijn pachters in Leest. Zijn meid Zelica vergezelde hem. Het was verschrikkelijk stormweer. Toen ze de pastorij bereikten, was het water van de Zenne al zo hoog gestegen dat ze halt moesten houden.  

De koetsier maande zijn paard toch aan om verder te lopen. Ze staken de Zennebrug over en waadden verder door het water, tussen het kreupelhout en de leuning van het houten brugje op de grens Leest-Battel. De koetsier probeerde de locatie van het brugje onder water in te schatten, terwijl de buren hen vanuit hun raam instructies toeschreeuwden. 

Toch liep het mis. Het rijtuig begon vervaarlijk naar één kant te hellen. Een deel van de koets was op het brugje geraakt, maar de andere helft was ernaast beland. Luidkeels riep Zelica de hemel aan. Van Ingelgem brulde naar de koetsier dat hij aan de verder gelegen hoeves hulp moest gaan vragen aan mensen met paarden.

Boeren stonden tot aan de heupen in het water. Met twee paarden brachten ze het rijtuig weer op vaste bodem, tot aan de hogere Battelse bergen. Ze waren gered.

Zelica kreeg later van haar meester een reis naar Lourdes cadeau. Hijzelf liet later bij die beek op Leest een kapel bouwen als dank aan Sint-Anna.' 

#onweer #overstroming #paarden


De laatste dorpsfiguren

Jan Baptist De Smedt en zijn vrouwtje Virske Van Crombruggen waren de laatste authentieke  dorpsfiguren van Leest. Jan werd soms ook 'De Giele' genoemd maar stond vooral bekend als 'Jangske den Bakker'. Het koppel woonde in een klein huisje op het dorpsplein, tegenover de herberg 'De Zwaan'.

Jarenlang bakte het echtpaar brood dat ze ook uitvoerden. Later schakelden zij over op melk. De helft van hun leven hebben ze, met paard en kar, Mechelen bevoorraad.

'Jangske' was vanaf zijn prille jeugd een Uilenspiegel. Met zijn fratsen op de Leestse schoolbanken werd jaren later nog gelachen. Als volwassene ontpopte hij zich tot een onverbeterlijke  optimist met een onverwoestbaar goed humeur. 

Hij was ook een grote kindervriend. En dat zal nooit vergeten worden. Kinderen iets beloven was zijn lust en zijn leven. Paardjes, ezeltjes, koetjes, konijntjes … 'Jangske' zou er voor zorgen. Geen enkel kind heeft het ooit gekregen. Jangske had altijd een excuus: het dier was plots gestorven, was gaan lopen of had maar drie pootjes meer…' 

 

#dorpsfiguur #kindervriend #grappenmaker


Drama op de vlucht

'Aan het begin van de Eerste Wereldoorlog gingen Jaak en Lisa Fierens-Cuypers van de Scheurcapruynhoeve in de Winkelstraat op de vlucht voor het oorlogsgeweld. Dit samen met hun zes kinderen.

Toen ze Boom bereikt hadden, kwamen ze tot de vaststelling dat hun jongste kindje, een zoontje,  overleden was. Overmand door verdriet en paniek zochten ze naar een oplossing. Uiteindelijk stopten ze het kindje in een kartonnen doos. Toen vader Jaak daarmee rondliep, hielden enkele Duitse soldaten hem tegen. Ze wilden weten wat er in de doos zat en maanden hem aan die te openen. 

"Mijn zoontje”, prevelde Jaak en schoorvoetend opende hij de doos. Toen de Duitsers met de inhoud van de doos geconfronteerd werden, kregen ze van hun officier het bevel een erehaag te vormen en het kindje te groeten. Dat deden ze allemaal met de grootste eerbied.'

#oorlog #vlucht #zoontje #dood


De eerste televisie

'De eerste televisie-uitzendingen in ons land begonnen in 1953 onder impuls van het NIR, de voorloper van de BRT.

Eén van de eerste televisiebezitters in ons dorp was café 'De Zwaan'. De waardin Emmerence was zeer kindvriendelijk. Vanaf dat moment mochten de kinderen van Leest elke woensdagnamiddag gaan kijken naar de 'TV Ohee Club' met Nonkel Bob en tante Ria.

Het café had te weinig stoelen voor alle kinderen, maar iedereen keek gehurkt op de stenen vloer zijn ogen uit. We keken naar de eerste Vlaamse jeugdfeuilletons zoals 'Jan zonder Vrees' (1956), 'Schatteneiland' (1957), 'Manco Kapac' (1959), 'Het geheim van Killary Harbour' met de onvergetelijke Cyriel Van Gent (1960), 'Tijl Uilenspiegel' (61), 'Zanzibar' …

Voor de komst van de televisie, keken we naar de poppenkast van Nonkel Harry. Maar die televisie, dat was heel andere koek. 

In een mum van tijd zou de televisie heel de wereld veroveren en plots kende iedereen 'Lassie', 'Flipper', 'de Texas Rangers', 'Ivanhoe' en van eigen bodem 'Schipper naast Mathilde'.

#televisie #kinderen #programma


De kermis

'Ons dorp kende vroeger drie kermissen. Maanden op voorhand leefden we daar naartoe. Zo hadden en hebben veel families een typisch kermisgerecht, een stamcafé waar ze afspreken na het kermisbezoek of een vaste datum waarop de kermis met de familie gevierd wordt.

Voor de ‘adrenalinejunkies’ van tegenwoordig, die gewend zijn aan duizelingwekkende achtbanen en andere spannende attracties die een ijzersterke maag vereisen, zou een bezoek aan de kermis uit onze jonge jaren uitdraaien op een grote teleurstelling.

De spectaculairste attracties van toen waren: een zwiermolen met kettingen en schommels in de vorm van varkens of bootjes, de 'moddermolen' of het 'apekot' voor de groteren. Dat laatste was een soort schommel met een goed afgesloten bak. Als je hard genoeg ging, draaide je helemaal rond je as.

Verder waren er ook de klassieke paardenmolen, het ballenkraam, de schiettent en de ‘Rups’. Dat was een soort carrousel die al hobbelend z’n rondjes draaide. Aan het eind van de rit klonk er een sirene en werden alle wagentjes bedekt met een groot dekzeil. Tijdens die minuut van duisternis reed je samen met je vriendinnetje in het pikkedonker. Dat was het moment om tot actie over te gaan natuurlijk. (lacht) Veel jonge Leestenaars leerden er voor het eerst zoenen. Gelukkig klonk er nog een tweede sirene, die aankondigde dat het daglicht er weer aankwam. Zo kon je je weer, braaf naast elkaar zittend, vertonen aan het publiek.

#kermis #spanning #eerstekus