dmmds2.jpg

Cricketliefhebber Paul ontdekte documenten die hem naar de Dossinkazerne leidden

Paul in het archief van Kazerne Dossin

'Ook mijn eigen leven heb ik aan Kazerne Dossin te danken’'

Paul Larivière (64) staat gretig in het leven en doet alles met volle overtuiging. Hij vertelt bevlogen over wat hem bezig houdt: zijn vrouw Manuela, zijn kinderen, cricket en een ogenschijnlijk verwaarloosbaar stapeltje papieren.  

“Mijn verhaal begint bij Rik Larivière en Maria Pettens, mijn ouders. Ik erfde de ondernemingszin van mijn vader en het sociaal engagement van mijn moeder. Dat zijn twee rode draden doorheen mijn leven. In 1986 begon ik te werken bij Almo, het auteursrechtenagentschap van mijn vader. Toen ik startte was mijn vader heel duidelijk: het is niet omdat ik zijn zoon was, dat ik meteen op de directeursstoel mocht zitten. Zo startte ik door dagenlang contracten te kopiëren tot ik in zijn voetsporen mocht treden als directeur.”

Het verhaal van Manes Klinger

“Begin 2000 verhuisde Almo. Bij het leegmaken van de kluizen vond ik een pakketje in bruin papier met een koordje errond. Op het etiket stond de naam ‘Klinger’. In het pakketje vond ik eretekens, foto’s, documenten en een identiteitskaart.

Het stapeltje documenten bleek van Manes Klinger te zijn. Manes werd in 1892 geboren in Polen. Als Jood werd hij door het groeiende antisemitisme meermaals bedreigd met arrestatie. Hij verhuisde naar Berlijn, maar was ook daar niet veilig. Hij kwam naar België in de hoop naar de Verenigde Staten te reizen. In afwachting van zijn visum werkte Manes bij Almo. In 1942 kreeg hij het bevel zich aan te melden in de Dossinkazerne. Hij gaf de documenten in bewaring bij zijn toenmalige werkgever en werd naar Auschwitz gedeporteerd. Manes overleefde de Holocaust niet.

Ik vind het belangrijk de herinnering aan Manes Klinger levend te houden. Het voelde aan als mijn plicht om de bijna 300 documenten en foto’s te schenken aan Kazerne Dossin en op die manier de geschiedenis tastbaar te maken. Het museum bewaart ze nu in hun archief voor verder onderzoek.

Beschuldigd van collaboratie

“Kazerne Dossin heeft mijn leven nog op andere manieren beïnvloed. Eigenlijk heb ik mijn bestaan aan deze plek te danken. Na de Tweede Wereldoorlog werd mijn vader beschuldigd van collaboratie. Hij heeft veertien maanden opgesloten gezeten in de Dossinkazerne, zonder proces, enkel op basis van beschuldigingen. Daar leerde hij Jan Pettens kennen, de broer van mijn moeder. Ze werden vrienden en zo leerden mijn ouders elkaar kennen. Mijn vader heeft geprobeerd die periode uit zijn geheugen te wissen. Hij praatte er weinig over. Moeder vertelde wel dat enkele mensen zich achteraf zijn komen verontschuldigen.”

Van oersaaie sport tot ware passie

“Naast geschiedenis is cricket een van mijn grote passies. Tijdens het zappen op tv keek ik naar een cricketwedstrijd. Het leek me een oersaaie sport, maar toch wou ik er alles van weten. Via een vriend werd ik lid bij de Mechelse Eagles Cricket Club. Na mijn eerste training, mocht ik al meteen een wedstrijd spelen. Het werd een fiasco. Maar ik hield vol en trainde voortdurend. Ik schopte het uiteindelijk tot opening batsman, eerst van de club en nadien zelfs van de nationale ploeg. Af en toe sta ik nog als scheidsrechter op het veld, maar nu ben ik vooral supporter. Rood en geel zijn niet alleen de kleuren van mijn geliefde KV Mechelen. (lacht)

“Ik organiseer ook cricketinitiaties en scholencompetities. Zo leren kinderen en jongeren de sport beter kennen. Velen zijn meteen verkocht! Tijdens mijn initiaties staan vaak Mechelaars van over de hele wereld op het veld: van Marokko tot Armenië, Afganistan en Pakistan.”

Zorgen voor dochter Margot

“Heb ik al verteld dat ik een fantastische echtgenote heb? Manuela gaat elk avontuur met mij aan. Mijn hobby’s neemt ze er graag bij. Sommige passies delen we: we koersen samen of we supporteren voor KV Mechelen. We hebben drie fantastische kinderen: Helena, Filip en Margot. Zij brachten ons telkens dichter bij elkaar. Margot werd geboren met het Mowat Wilson syndroom, met als gevolg dwerggroei, scoliose en geleidelijke spierverkramping. We kregen te horen dat ze nooit haar tweede levensjaar zou halen. Het is onwaarschijnlijk maar dit jaar vierde ze haar achttiende verjaardag. Maar makkelijk is het niet. Hoe ziet haar toekomst eruit? Hoe lang leeft ze nog? Op zulke vragen hebben we geen antwoord.

Zolang Margot bij ons is, willen we haar met de beste zorgen omringen. We zijn het personeel van De Maretak, waar ze verblijft, dan ook ontzettend dankbaar. Ik ga elke dag op bezoek. Tijdens de eerste drie maanden van de coronacrisis kon dat niet. Toen hebben we haar maanden niet gezien of gehoord. Margot kan immers niet praten. Af en toe belden we met het zorgpersoneel om te vragen hoe het ging. Dat was ontzettend hard.

Sommige mensen zeggen: ‘ze kan niets.’ Maar ik ga uit van wat mijn kind wel kan. Lopen of spreken kan Margot niet, maar ze reageert wel op onze stem. Ze begint te lachen nog voor we haar kamer binnenkomen. Als we haar aanraken of de kat springt op haar voeten, dan maakt ze geluidjes. Er is altijd iets, hoe klein ook, dat ze wél kan. Ik laat me dus niet leiden door mijn of haar beperkingen maar zie overal mogelijkheden in het leven.”

 

foto: Lavinia Wouters

Deze foto is te bezichtigen aan de gevel van Kazerne Dossin, Goswin de Stassartstraat 153, Mechelen

 

>> Lees hier het volgende verhaal of bekijk de brochure